Nostalgie (uit het Grieks: nostos = terugkeer en algos = droefheid, pijn, lijden) is het gevoel iets belangrijks of dierbaars te zijn kwijtgeraakt. Dit uit zich in heimwee naar het (persoonlijke) verleden. (Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Nostalgie)

(Dit verhaal speelt zich af, in de periode tussen1899-1970).

Vrij kort na hun aankomst in Nederland (in het jaar 1950), kregen Manne B. en zijn vrouw Joke een herenhuis aangeboden door de Gemeente Rotterdam, dit als beloning voor het feit dat het gezin een goede reputatie had, er nooit enig wangedrag was geconstateerd. Dit gebaar was een welkome verrassing, te weten dat hun gezin uit 7 personen bestond, waarvan er 4 kinderen nog op school zaten.

In het begin had Manne zelf nog geen werk, terwijl zijn oudste dochter reeds voorzien was; ze werkte als jongste bediende op een kantoor. Hij besefte héél goed, dat hij niet eeuwig thuis kon blijven; er moest geld verdiend worden, brood op de plank! Hij was boos op zichzelf en teleurgesteld in het leven. “In Indië was je op je 50e al gepensioneerd!” zei hij eens tegen een gemeente ambtenaar op het stadhuis. “Ja, zeker mijnheer, dat kan wel zijn”, zei deze, “u woont nu in Nederland en hier zijn de regels, normen en waarden anders. U zult tot uw 65e jaar moeten werken…!” Daar had Manne niet van terug, verslagen ging hij heen. De vraag hoe hij aan werk moest komen, speelde wel door zijn hoofd. Op weg naar huisontmoette hij bij toeval Chris, een oude bekende uit Indië. Chris had een buurman, die reeds jaren bij een van de vele droogdokken in de Rotterdamse havenswerkte, waar ze altijd personeel nodig hebben. Evt. zou hij een goed woordje bij zijn baas voor Manne kunnen doen en zo gebeurde het ook.

M.S. "Johan van Oldenbarnevelt"
N.V. Stoomvaart Mij. "Nederland"
Van Amsterdam - Naar Australië
(Vertrek: 18 april 1950 – Aankomst Amsterdam: 15 mei 1950)
(http://www.simplonpc.co.uk/JohanVanOldenbarnevelt.html)

Voordat dat hij met zijn gezin op de boot de “Johan van Oldenbarneveldt” vanuit Jakarta naar Nederland vertrok, wisten zij dat ze helemaal opnieuw moesten beginnen en dàt was een gróte teleurstelling voor Manne! Hij was in de veronderstelling dat hij zijn “oude dag” op Nieuw-Guinea kon slijten. Hij droomde al van een soort “Lui Lekkerland”. Niets was minder waar! Uiteindelijk had hij toch de pensioengerechtigde leeftijd ervoor? Niet wetende dat hij naar Nederland ging en hij daar “opnieuw” moest solliciteren…

Manne kreeg niet lang daarna een uitnodigingsbrief van diezelfde droogdok maatschappij, waarin stond dat hij zich moest melden voor een sollicitatiegesprek. Tot grote verbazing werd hij aangenomen, maar wèl met een beginsalaris van een jonge man, die net van school kwam. In dit geval was hij verplicht het werk te accepteren, hij had geen andere keus, gezien het feit dat hij nog schoolgaande kinderen had. Precilla had weliswaar een vaste baan, maar haar inkomen was lang niet voldoende om het hele huishouden draaiende te houden.

Vóórdat hij werk kreeg, zat Manne dikwijls uren lang voor het raam in de voorkamer, waar hij naar buiten staarde. Waren het de voorbijgaande auto’s waar hij naar keek of dacht hij soms terug aan zijn eigen auto, die hij vol zorg en met liefde zelf in elkaar had gesleuteld? En die uiteindelijk, tijdens de bezetting door de Japanners in beslag was genomen? Na die tijd heeft hij nóóit meer in een eigen auto gereden…

Manne was van nature een zéér emotioneel en creatief mens. Hij had enorm veel heimwee naar het verleden en zonder er ooit met iemand over te spreken, ook behoorlijk veel last van zijn oorlogssyndroom!

Heel dikwijls heeft Cindy (zijn 4e dochter) haar vader betrapt op een huilbui, als hij weer eens in een vlaag van nostalgie verkeerde. Dan zat hij voor het raam in stilte te huilen. Dit gebeurde op het tijdstip wanneer er via de radio “Kamermuziek” klonk. Bij navraag vertelde haar moeder, dat Manne toen hij nog heel jong was, samen met familieleden een kamerorkestje had geformeerd. Zijn moeder en zusje speelden op de vleugel (dikwijls speelden ze samen quatre-mains*), een neef bespeelde de cello en Manne zelf de viool. Een enkele keer kwam nog een familielid het gezelschap versterken met de dwarsfluit. Elke zondag, op hetzelfde tijdstip, speelde dit kamerorkestje deze prachtige kamermuziek, in de achterkamer waar een grote vleugel stond. (Dit alles speelde zich destijds af in het oude vertrouwde Nederlandsch Indië in de jaren ca. 1910-1925).

*Quatre-mains
(https://nl.wikipedia.org/wiki/Quatre-mains)

De term quatre-mains (Frans voor 'vier handen') wordt gebezigd in een vorm van pianospelen waarbij twee pianisten betrokken zijn. In quatre-mainsstukken nemen twee spelers plaats aan één piano, waarbij de ene speler de hogere registers van de piano bespeelt (de discant) en de andere speler de basregisters. Wanneer twee pianisten samen musiceren, elk op een eigen instrument, spreekt men van een pianoduo.

1. Viool

2. Vleugel

3. Cello

4. Dwarsfluit

Manne was duidelijk teleurgesteld in het leven; het begon al vóór zijn geboorte nl.: zijn Moeder was jong, mooi en zéér modebewust. Zij was gehuwd met Vader B., die een hoge functie bekleedde bij de Post- en Telegraaf Dienst in Batavia, Oost-Indië. Haar echtgenoot verdiende daar een riant salaris, waardoor zij zich alles konden permitteren. Regelmatig werden dan ook pakketten uit alle hoofdsteden van Europa bij hen thuis afgeleverd met de duurste artikelen, kledingstukken en kinderspeelgoed. Zelfs hoeden met veren, boa’s en de nieuwste luxueuze accessoires.

Ook korsetten voor zijn echtgenote, volgens de laatste mode. Ondanks het feit dat zij zwanger was van haar 1e kind (zoon Manne), en zij op de hoogte was van het feit, dat zo’n kledingstuk niet bevorderlijk was voor de groei van de foetus, droeg zij toch zo’n zwangerschapsrijgkorset. Niemand mocht immers zien dat haar figuur met de tijd ging veranderen! Stel je voor! Desondanks liet zij zich tòch insnoeren; ze wilde nog héél lang van haar charme genieten. Wilde zij eigenlijk wel zwanger zijn…?

Zwangerschapskorset, 1890 – 1910, onbekend, balein, katoen, koper, metaal, sluiting lengte: 50 cm; breedte rondom: 65 cm; schenking 1974-03-20, inv.nr. KA 15172 te zien in het museum. Korset van naturel katoen met waarschijnlijk metalen baleinen.

Later kwam er een dochtertje bij, Susie. Susie was de lieveling van haar moeder, ze leek niet alleen uiterlijk op haar moeder, ze had duidelijk dezelfde karaktereigenschappen van haar nl. egoïstisch, hebzuchtig, modebewust en ze gedroeg zich niet altijd even aardig t.o. haar oudere broer. Ze werd voorgetrokken, omdat zij een meisje was, dat bleek later heel duidelijk, toen hun beide ouders overleden waren en het testament geopend werd (Susie was bij die gelegenheid alléén aanwezig, Manne woonde te ver weg en had op dat moment geen geld om te reizen). Het bleek dat zij alle waardevolle bezittingen had “geërfd”...?

Niemand wist eigenlijk precies wat er met hem aan de hand was. Manne oogde “normaal”, had een vlotte babbel, was populaire bij de vrouwen. Wat wilde hij nog meer? Alleen zijn vrouw Joke en zijn huisarts wisten weldegelijk wat hem werkelijk dwars zat, waar hij - met recht mee – “kampte”. Beiden overwogen dan ook hem z.s.m. en voor de zekerheid, naar een psychiater te sturen. Heel dikwijls liep het - achter gesloten deuren - de spuigaten uit met zijn “onderdrukte” emoties en dus werd er werk van gemaakt, voordat er ernstige ongelukken zouden plaatsvinden…

Manne was erg nostalgisch, had vreselijke last van heimwee naar die “goede oude tijd” en dan voornamelijk de tijd die zich afspeelde in zijn prilste jeugd. Hij kwam uit een welgesteld gezin. Er werd ook gezegd dat zijn ouders “gezegend” waren met het hebben van een zoon en een dochter, de zgn. “rijke lui’s wens” en dat klopte ook, maar in zijn achterhoofd speelde de gedachte, dat hij eigenlijk niet welkom was… In elk geval kon hij terugkijken op een genoeglijke jeugd, er was in die tijd veel te verteren.

Toen keerde het tij: Manne werd volwassen en verliefd op een mooi meisje, dat niet voldeed aan de wensen van zijn ouders en dáár is de verwijdering tussen hem en zijn familie begonnen. Zijn vader had liever gezien dat Manne ging studeren en zeker geen huwelijk aanging met dit meisje. Uiteindelijk is hij van deze vrouw gescheiden. Enkele jaren daarna trad hij in het huwelijk met zijn schoonzusje, Joke. De voorbode van Wereldoorlog II kondigde zich aan. Inmiddels hadden zij 5 dochters gekregen. Manne werd 3x opgepakt door de Japanners. Joke bleef alleen achter met haar kroost; ze werden uit hun huis gezet en kregen een paar koestallen als onderkomen, waarmee ze dol gelukkig waren. Toen hij terug kwam uit het kamp was Manne een wrak…hij had een oorlogssyndroom…

Als hij in een goede bui was, vertelde zelf zijn jeugdverhalen, in geuren en kleuren, aan zijn eigen dochters, dat hùn speelgoed uit Londen en Parijs kwam. Eens in de 6 jaar kreeg zijn vader verlof, om met het hele gezin naar Holland te gaan, dan maakten zij vandaaruit tripjes door heel Europa… De kindertjes zaten op de grond te smachten naar meer verhalen; ze hingen aan zijn lippen; ze genoten volop van deze, voor hen “tantalus-achtige sprookjes”. Ze vroegen telkens: “Nòg meer, Papa. Vertel ons nòg meer over jouw jeugd”, en dan begon hij weer met het volgende uitbundige verhaal uit zijn jeugd, dat hij allerlei ondeugende dingen uitspookte. Wetende dat hij zelf voor zijn eigen kinderen geen speelgoed kon kopen en dat hij van zijn kinderen niets duldde…!

De kleintjes werden volwassen; de situatie thuis werd met de dag ondraaglijker en ondanks het feit dat ze gedisciplineerd waren, gewillig en gehoorzaam, was de sfeer in huis soms om te snijden! Hun vader kon onverwachts heel onrechtvaardig uit de hoek komen en werd op den duur agressief. Al begrepen ze zijn houding niet helemaal, ze zwegen als het graf en ze deden - voor de buitenwereld – net alsof er niets aan de hand was, ze bléven altijd vriendelijk en correct tegen hem, dat was de opdracht van hun moeder. Zij kende de symptomen van iemand met een oorlogssyndroom… Zodra hij een kik gaf, stonden ze voor hem klaar met de vraag wat ze voor hem konden doen. Uiteindelijk zijn de 3 oudsten - op aanraden van hun eigen moeder, in samenwerking met de huisarts en met een maatschappelijk werkster -, op kamers gaan wonen, zonder dat hun vader wist waar ze woonden. Het drong niet tot hem door dat híj de oorzaak van alle ellende was…

Manne had geen enkel idee hoe zijn gezin reilde en zeilde m.n. zijn kinderen, hoe het met hun studie ging en wat voor vorderingen zij maakten. Hij wist ook niet op wat voor soort scholen ze zaten, zelfs niet eens wanneer ze jarig waren b.v. Hij leefde in z’n eigen “stille” wereldje.

Manne leed niet alleen aan een extreme combinatie van gecumuleerd jeugdsentiment, zijn geest was door de oorlog totaal vernield, hij was schizofreen… Hij idealiseerde die mooie periode in zijn leven; hij besefte op dat moment heel goed dat die tijd nóóit meer terug zou komen! Dit was zijn persoonlijk verleden. Het verlangen naar die vervlogen tijd die zgn. “Tempo Doeloe” was voor hem een uitlaatklep.

Uiteindelijk kreeg hij last van hyperventilatie, kreeg pijn in de borstkast, alsof zijn keel dicht geknepen werd en zijn maag omkeerde. Hij kreeg last van veel emotionele pijn en later ook een herseninfarct en de ziekte van Parkinson. Vooral als hij aan de minder aangename momenten dacht o.a. aan de waarschuwingen, die zijn vader hem gaf en waar hij geen gehoor aan had gegeven, zijn verloren schooljaren, het eerste huwelijk dat strandde, de zorg voor zijn 2e gezin en wat hij alzo had meegemaakt tijdens de bezetting… Immers een mengelmoes van gedachten spookten door zijn hoofd. Door die mooie muziek kwamen vooral de prettige herinneringen weer naar boven, waardoor de emotionaliteit hem parten speelde en hij zijn tranen de vrije loop liet… nostalgie ten top…

*Stilstand is doodgaan…

Manne is op 17 december 1970 heengegaan. Hij heeft zijn lichaam beschikbaar gesteld aan de Medische Wetenschap.
Hij ruste in vrede!

Loading Quotes...