Het ware karakter verloochent zich nooit, ook dat van Mary niet. Zij staat in haar omgeving bekend als de meest hartelijke en hulpvaardige huisvrouw, die dag en nacht voor iedereen klaar staat. Al te vaak biedt ze zelf haar diensten aan. Haar buren maken daar graag gebruik van. Helaas is Mary niet op haar mondje gevallen en dat valt niet altijd in goede aarde…

Of ze moe is of niet, Mary staat altijd klaar voor iedereen. Na een poosje hoor je, dat ze “eigenlijk te moe was” of “geen zin had”... Zij het toch maar deed voor de goede orde, de lieve vrede…, dat die bewuste buurvrouw(man) lastig was en dat… en dan komt het hele verhaal eruit. Mary zegt in principe nooit “neen”. Het gekke is dat ze zelden zèlf iemand om hulp vraagt. Is dit valse schaamte, durft ze niet, is het haar trots? Niemand weet het juiste antwoord… of heeft ze toch zelf behoefte aan belangstelling?

Ze is altijd bezig met de meest uiteenlopende karweitjes. Ze werkt in huis, in haar tuin, maakt haar eigen kleding, wast en poetst de hele dag door. Alles glimt, zij geniet van het resultaat. Dan staat ze glunderend op een afstand te kijken, hoe het resultaat geworden is. Zo heeft ze eens een koperen pannenset gekocht, dat nogal wat werk vereist. Als deze luxueuze pannetjes enige tijd in de keuken hebben gestaan en niet gebruikt worden, dan wil het gebeuren, dat ze dof worden. Op dat moment komt ze in volle actie: haar programma wordt ter stond veranderd en vervolgens gaat ze aan het poetsen! “Oh, oh, wat zullen de buren daarvan zeggen?”

Als dit karweitje geklaard is en er geen urgenter werk op stapel staat, kijkt ze in haar volle keuken rond. Haar oog valt op de talloze prulletjes, die zich boven op de keukenkast bevinden. Dan pakt ze haar trapleer, om vervolgens haar werkzaamheden te continueren - misschien zijn die lieflijke hebbedingetjes, rijkelijk beschilderd met roosjes, poesjes en versierseltjes ook wel vettig, wie zal het zeggen? Je vraagt je af of zij last heeft van *smetvrees of een schoonmaak fobie. Waag het niet een **mening over háár te hebben! Als ze dàt hoort, is ze in alle staten, dan moet je uit haar buurt blijven…

Dit nu juist is de bottleneck voor Mary, niemand mag zien dat haar huisje vuil en/of rommelig is. Als er visite komt, begint de rondleiding door haar huis. Immers, Mary heeft in haar jeugd armoede gekend, dus nooit eigen bezit gehad. Nu ze een uitkering heeft, kan ze zich iets meer permitteren. Dan bezoekt ze vooral tweedehandsmarkten en -winkeltjes, waar ze naar hartenlust kan snuffelen en evt. haar slag slaan, omdat de prijzen daar betaalbaar zijn.

Over het algemeen heeft ze een goede smaak. Dikwijls koopt ze te veel, waardoor er in haar huisje nauwelijks meer loopruimte is. Ze verontschuldigt zich voor al haar “rommel”, maar ze blijft doorgaan spulletjes te vergaren. Je kunt er nauwelijks meer lopen, zó vol zijn haar kamers. Telkens komen er meer voorwerpen bij, reden waarom het soms tolt in haar hoofd. Op dat moment neemt ze haar toevlucht tot pillen, die haar tot rust moeten brengen. Mary is niet vies van alcohol, alleen de combinatie samen met haar tabletjes valt over het algemeen niet goed. Althans, i.p.v. een opkikker, wordt zij er snibbig van, hetgeen niet altijd begrepen wordt door buitenstaanders…

Over het algemeen houdt Mary, niet zo erg van lezen. Het is geen overbodige luxe zijn, als zij zich enigszins zou verdiepen in de volgende onderwerpen:

  •  “Persoonlijke ontwikkeling, Assertiviteit, Hoe maak ik vrienden?, Positief denken. Over Omgaan met agressie, Adviesvaardigheden, Conflicthantering, Omgaan met stress en werkdruk, Meningen, Adviezen geven, Tact en Beleid e.d.”

Wáárom mag een ander geen andere mening hebben? Waarom moet alles glimmen? Waarom moet alles zo nodig op een speciale plaats staan?

Iemand heeft ooit gezegd: “Over het hoe en waarom krijgt men nooit een antwoord”…

Jacqueline (75 jaar), een van haar beste vriendinnen, heeft net haar hond moeten laten inslapen. Ze is er héél verdrietig over, Bobby was immers haar troetelkind; ze speelden samen, gingen uren door de velden wandelen en hadden plezier voor tien. Plotseling werd Bobby ernstig ziek en hij moest afgemaakt worden… Jacqueline belde in wanhoop als eerste Mary op, en ze vertelde al snikkend haar grote verdriet. Mary leefde volledig met haar mee en troostte haar op haar “eigen” manier, het was ongetwijfeld goed bedoeld: “Nu moet je eens goed naar me luisteren, Jacqueline. Je bent al op leeftijd en je vindt het werk aan die hond van je eigenlijk al te veel. Je moet in weer en wind naar buiten en als je geen zin hebt, is er niemand die het van je overneemt. Je klaagt over lichamelijke ongemakken. Luister dan ook naar al deze waarschuwingen, ze zijn er niet voor niks! Je zou er beter aan doen géén nieuwe hond meer te nemen”. Met de nadruk op géén! Daar moest Jacqueline het mee doen…

Niet lang daarna nam Jacqueline contact op met het dierenasiel, waar haar Bobby vandaan kwam. Ze voelde zich op dat moment zó alleen; ze heeft weinig familie, die trouwens buiten de stad wonen. Kinderen en veel vrienden en kennissen heeft ze ook niet. Haar neven en nichten werken allemaal, ze hebben hun eigen gezin, derhalve komen ze zelden bij hun tante op bezoek. Haar broers zijn allemaal stukken ouder dan zij; ze hebben ook geen behoefte om hun zuster regelmatig te bezoeken. Haar enige maatje was Bobby en nu is hij er niet meer…

Jacqueline was duidelijk teleurgesteld in de reactie van haar vriendin en uit wanhoop en verdriet belde ze het dierenasiel, het asiel waar jaren geleden Bobby vandaan kwam en daar werd ze heel vriendelijk ontvangen. De telefoniste nodigde haar uit om direct te komen kijken. Er waren heel wat hondjes, die een veilig tehuis nodig hebben. Jacqueline maakte een afspraak en ging op haar eigen houtje naar het asiel. In een kooi zag ze een beeldschoon hondje. Het klikte ineens tussen beiden en ze was direct verkocht: “die neem ik”, dacht ze. De papieren werden klaargemaakt en trots ging ze huiswaarts. En passant ging ze bij Mary langs, in de hoop dat zij de vreugde zou delen…

Maar, oh, het tegendeel was waar! Jacqueline kreeg de wind van voren, waarom zij al zo snel een nieuwe hond nam, terwijl hij nog niet eens begraven was! Schande! “De vorige keer heb je óók direct na de dood van je andere hond een nieuwe genomen…!” Mary bleef haar mening spuien, zij hield geen rekening met Jacquelines verdriet, die kampte met een “dubbel” gevoel nl. het verdriet dat haar was overkomen èn de blijdschap voor haar nieuwe aanwinst. Het enige wat ze kon doen, was uitleggen waarom zij tot dit besluit was gekomen: “Je weet dat ik alleen ben, mijn familie woont ver weg en mijn nichten en neven werken allemaal”, stamelde ze. Mary was niet te stuiten. Jacqueline was egoïstisch en ze had geen hart…!

Jacqueline pakte haar biezen en verdween voor goed uit Mary ’s beeld.

Einde vriendschap!

*Smetvrees of een (schoonmaak)fobie
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Smetvrees)

Smetvrees, ook wel mysofobie (myso= angst voor vuil) genoemd, is niet zo zeer een fobie, als wel een dwangneurose, een obsessieve-compulsieve (camouflage) stoornis. De OCS of dwangneurose is een soort angststoornis, gekenmerkt door dwangmatige handelingen en gedachten met meestal angst als onderliggende drijfveer.

Dwangneurose manifesteert zich dus door dwanggedachten (obsessies) en dwanghandelingen (compulsies). Er zijn heel wat mogelijke uitingen of toestanden waarin de stoornis zich kan voordoen. De meest voorkomende vormen zijn smetvrees, controledwang en herhalingsdwang.

**Mening
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Mening)

Een mening (Indogermaans: wissel, ruil) is een in de mens aanwezige subjectieve opvatting, dan wel attitude/houding/instelling, ten opzichte van toestanden, gebeurtenissen of andere personen (juridisch: waardeoordeel). Zowel een individu als een groep kan een mening bezitten. Een mening heeft betrekking op een onderwerp. Met het uitspreken van een mening maak je kenbaar hoe je ergens over denkt.

Een mening uit zich in een uitspraak en de wezenlijke opdracht van de mening is een waardebepaling of beoordeling. Een mening geeft weer hoe iemand iets ziet. Wanneer twee of meer personen er een andere mening op na houden, dan spreken we van een meningsverschil.

Een mening ontstaat op basis van eigen ervaring en kennis binnen de context/verband van eigen sociale omgeving en karakter en is een gevolg van cognitief denken, waardoor het altijd gevormd is door individuele standpunten die beïnvloed zijn door wat er binnen de samenleving geldig is. Meestal komt hier ethiek bij kijken. In de politiek wordt het uitwisselen van verschillende meningen en opvattingen een debat genoemd. Waarbij uiteindelijk geldt dat de mening met de meeste aanhangers wint.

Weten staat sinds de Griekse filosofie in tegenstelling tot mening, waarbij in eerste instantie ook vaak het weten als een mening werd beschouwd.

Binnen een betoog kan een mening de vorm aannemen van een standpunt dat verdedigd wordt.

Loading Quotes...